BOX 3: INKOMEN UIT SPAREN EN BELEGGEN
In BOX 3 wordt onder meer uw vermogen belast. Onder dit vermogen vallen onder meer:
  • tegoeden op betaalrekeningen
  • spaargelden
  • beleggingen
  • onroerend goed (met uitzondering van de eigen woning)
  • waarde van kapitaalverzekeringen afgesloten ná 14 september 1999
  • waarde van lijfrentes waarvan u de premies niet heeft afgetrokken in Box 1

Van uw vermogen worden eerst uw schulden (bijvoorbeeld persoonlijke leningen of doorlopend krediet) afgetrokken met een drempel van EUR 2.500 per persoon. Vanaf 2001 gaat de fiscus er van uit dat u 4% rendement maakt op uw gemiddeld vermogen. Over dit fictief rendement van 4% betaalt u 30% belasting: de zogeheten vermogensrendementsheffing. Er geldt een vermogensvrijstelling van EUR 17.600 per persoon, welke overdraagbaar is. Per gezin geldt daarnaast een vrijstelling van EUR 2.350 per minderjarig kind. Voor 65-plussers kan, afhankelijk van inkomen en vermogen, een extra vrijstelling gelden van maximaal EUR 23.296.

Het nettovermogen binnen deze box bestaat uit bezittingen minus schulden en exclusief de eigen woning. Het gemiddeld nettovermogen wordt bepaald door de waarde op 1 januari en op 31 december bij elkaar op te tellen en te delen door twee.